Youp in VARAgids: 'Iedereen weet hoe laat het is'

Youp van ’t Hek over het ontstaan van zijn levenslied ‘Niemand weet hoe laat het is’, het nummer waarmee hij elke voorstelling afsluit. ‘Ik zing het nu zachter dan voorheen.’


VARAGids 5 september 2017 door Youp van 't Hek

Het liedje ‘Niemand weet hoe laat het is’ schreef ik in 1989. November 1989 om precies te zijn. Ik speelde try-outs van mijn eerste oudejaarsconference waar goed om gelachen werd, maar ik miste een lied. Een goed lied, een mooi lied en het moest een waarheid bevatten. Maar het mocht ook weer niet te zwaar zijn. Niet te boodschapperig.

Ik zat met mijn vrouw in een restaurant en ik zei tegen haar dat ik die avond nog een lied moest maken. Een intelligent levenslied, geen smartlap. Een lied met een lading. Een lading die mijn levensmotto zou dekken. En dat motto is dat mensen niet zo moeten zeiken en zeveren over de bijzaken. Het gaat in het leven maar om één ding en dat is het leven zelf. Voor je het weet ben je dood. Dus je moet niet zeiken over Rijdende Rechtergeneuzel als het terrasje van de buren of de overhangende tak van de zure appelboom. Ik bestelde nog een fles goede wijn en dronk met mijn vrouw op de kinderen, op dat moment twee kleine meisjes.

We hadden het over ellende om ons heen: die vriend had kanker, die vriendin was depressief, die moeder was gescheiden en we kenden er eentje en die had het alle drie. Toen ze ook nog ontslagen werd, heeft ze heel verstandig zelfmoord gepleegd.

Ik zei dat dat de zaken zijn waar je niks aan kunt doen. Dat is het ongeluk dat je treft. Maar voordat je getroffen wordt, moet je leven, feestvieren en naar verre landen reizen. In elk geval niet te hard werken voor een muf administratiebureau of een of andere impotente verzekeringsgigant.

Thuisgekomen startte ik mijn computer en binnen een halfuur stond het op het scherm. Ik liep naar beneden en las het mijn vrouw voor. Daarna belde ik Ton Scherpenzeel, al vanaf 1984 mijn Harrie Bannink. Hij maakt al 33 jaar al mijn muziek.

‘Fax het maar,’ zei Ton. Het mailen moest toen nog uitgevonden worden. De volgende ochtend belde hij dat de muziek klaar was. Ook hij had het binnen eenhalf uur gecomponeerd. Ik hoorde het door de telefoon en wist meteen dat het goed was. Dit wilde ik zingen. Goeie coupletten en een vrolijk refrein dat hout snijdt. Diezelfde dag ben ik het cassettebandje met de muziek bij Ton gaan halen en ’s avonds zong ik het. Uit mijn hoofd. Ik voelde aan het publiek dat het goed was. Het kwam aan. Ik hoefde niks uit te leggen.

En vanaf de eerste seconde dat ik het zong was het ‘mijn lied’. Het lied dat precies vertelde wie ik was en wat ik vond. Dat we moeten dansen en vrijen en drinken vol vuur.

Het lied is na die oudejaarsconference met me mee op reis gegaan. In het programma daarna zong ik het bij de tryouts als toegift en dat ben ik in de loop der jaren bij alle try-outs blijven doen. Bijna dertig jaar lang dus.

In Licht, mijn laatste theaterprogramma dat 9 september wordt uitgezonden, had ik het gepland. Ik wilde een nieuwe versie. Heel klein zodat de tekst nog beter tot zijn recht zou komen. Dus alleen met Rens van der Zalm op gitaar. Zo bedacht, zo gedaan.

Maar in die tijd werd ik ziek. Moe, benauwd en belabberd. Drie maanden lang. En op een gegeven moment zo ziek dat ik binnen een week twee keer van het podium gestapt ben en uiteindelijk de tournee heb afgebroken. Voor ik het wist lag ik in een ziekenhuis en werd ik met de grootste spoed geopereerd aan mijn hart. Zes bypasses. De chirurg zei na afloop tegen mijn vrouw: ‘Het was geen vijf voor twaalf, maar vier minuten later!’

Een halfjaar moest ik revalideren, maar bij mij duurt een halfjaar drie maanden. Ik had met mijn kompaan Guus Meeuwis afgesproken dat we samen in het Parijse Olympia zouden staan en volgens mij moest dat doorgaan. Zo vaak sta je daar niet. Na lang zeuren en drammen bij de dokters kreeg ik toestemming. Wel eigen risico. 27 Maart 2015 kwam ik als verrassing in Parijs het podium oplopen en dat was inderdaad drie maanden te vroeg. Ik was nog heel gammel en stond uiterst breekbaar op deze heilige theaterplek. Het Nederlandse publiek gaf mij een ovatie van meer dan tien minuten. Ik hield een conference en sloot af met ‘Niemand weet’ zoals ik het nummer al dertig jaar noem. Tweeduizend mensen zongen het refrein uit volle borst met deze hartpatiënt mee. Zelden klonk de tekst zo rauw, uit de grond van mijn gerepareerde hart. Halverwege nam de band van Guus het over en zongen we het met zijn allen.

Guus maakte er op zijn manier prachtig carnaval van. In de coulissen mompelde ik na afloop zacht tegen mijzelf: ‘Ik ga nooit meer een theater verlaten zonder dat ik dit heb gezongen en dat hou ik de rest van mijn leven vol’.

Tot nu toe heb ik me eraan gehouden en ik weet zeker dat ik het blijf doen.

Wel steeds een nieuwe versie, maar wel dezelfde tekst. Bij Licht was het de officiële toegift en ik kan u bekennen dat ik het avond aan avond met vers kippenvel heb gezongen.

Zomaar een liedje, zowel door Ton als door mij in een halfuur in elkaar gezet en nooit uit mijn hoofd hoeven leren. En ik heb inmiddels begrepen dat het een redelijke crematiehit is. Veel mensen willen het in hun kist nog een keer horen. Toch mooi dat een vrolijk bedoeld nummer op zo’n moment troost biedt.

Ik zing het zachter dan voorheen. Veel zachter zelfs. Omdat ik sinds anderhalf jaar echt weet wat ik zing.


Vannacht in m’n slaap word ik plots overvallen straks komt een auto en die rijdt me kapot wanneer zal de dood zijn fiets bij mij stallen? Wat zal mijn clou zijn? hoe is mijn plot? misschien zegt de dokter: ‘meneer nog twee maanden’ en word ik door een slepende ziekte gesloopt men zegt dat dat beter is voor nabestaanden maar twee maanden pijn is toch niet wat je hoopt deze dag is de eerste van de rest van mijn leven dat denken er velen bij hun ontbijt terwijl ik altijd denk: ik heb nog maar even dit wordt de laatste van een prachtige tijd dus moeten we dansen en moeten we vrijen moeten we lachen en drinken vol vuur lief hou me vast want nu ben ik nog bij je tijd is toch geld dus het leven is duur en ik merk elke dag dat ik me vergis en dat er dan nog een uur over is.

Jij mag niet doodgaan en ik wil niet sterven laat staan onze liefste, denk niet aan ons kind zijn dood zal ons leven voor altijd bederven terwijl ze misschien een hemel daar vindt niemand mag doodgaan, niemand verdwijnen maar je weet net als ik, er gaat steeds zoveel mis met auto’s en veerboten, vliegtuigen, treinen niemand weet hoe laat het is is het vijf voor twaalf of net halfzeven? hoeveel uur heb ik nog of rest mij een kwartier? hoelang mag ik doorgaan nog doorgaan met leven? ik heb echt geen idee en ik grijp het plezier

dus moeten we dansen en moeten we vrijen moeten we lachen en drinken vol vuur lief hou me vast want nu ben ik nog bij je tijd is toch geld dus het leven is duur en ik merk elke dag dat ik me vergis en dat er dan nog een uur over is

Ik weet als ik later groot ben en ook bijna dood ben dan is al die angst niet nodig geweest maar altijd de bangste, altijd die angsten maakte mijn leven tot een schitterend feest want we hebben gedanst en we hebben gevreeën we hebben gelachen en gespeeld met het vuur God verbood wat we allemaal deden leef toch je leven als je allerlaatste uur

LICHT

ZATERDAG, NPO 1, 20:25 UUR
Televisieregistratie van Licht, de voorstelling die de cabaretier af moest breken om een hartoperatie te ondergaan.