Wortelballetjes, zamazegguh

Door Ruud Buurman.

Het loopt tegen het einde van een mooi cabaretseizoen. We hebben Wim Helsen gezien, Micha Wertheim, Jochem Myjer, Daniël Arends en Lebbis. Vier- en vijf sterren-voorstellingen. En nu hebben we dus een probleem. Daar kon je op wachten.

Hij heet Ronald Goedemondt. Een cabaretier in wie Helsens absurditeit, Wertheims brein, Myjers strak georganiseerde chaos, het onweerstaanbare vileine van Arends en de geagiteerdheid van Lebbis samenkomen.

In zijn nieuwste programma De R van Ronald pleegt hij anderhalf uur lang een genadeloze aanslag op je lachspieren. Het is tijdens de try-outs van dit programma regelmatig voorgekomen dat mensen minutenlang de slappe lach kregen. Tijdens de première in de Leidsche Schouwburg gebeurde dat ook. Goedemondt kan dus een gevaar voor de volksgezondheid zijn.

Het is niet te doen de inhoud van deze voorstelling samen te vatten. We kunnen wel gaan uiteenzetten dat hij het over ‘grenzen stellen’ heeft. Dat er veel energie wordt gestopt in de bestemming en het onderweg zijn zwaar wordt ondergewaardeerd. Maar dat zijn maar dunne draadjes die dit fenomenaal leuke programma een beetje bij elkaar houden. Hij gunt je de rust toch niet er even op te kauwen.

Goedemondt komt op, duikt als een ninjakrijger over en onder laserstralen door om bij een vitrine te komen waarin een zilveren microfoon staat. Daarmee steekt hij deze onnavolgbare monoloog af. Over dingen die er meestal niet toe doen. Maar hij denkt ze nu eenmaal.

Mariaverschijningen in moslimlanden, Aboriginals die geen woord voor verveling hebben. De gezelligste vorm van geweld, het Brabantse woord ‘zamazegguh’, een rotonde nemen met een gloeiend hete latte macchiato in je handen. Hoe het onderwijs in plaats van hoogvliegers laagmikkers kweekt en dat het hinderlijk is zowel bindingsangst als verlatingsangst te hebben. Het nut van de dode hamster. Dropjes. Een venkel en een maillot in een pannenkoekenrestaurant. Een tocht in een speedboot naar een eiland. De twee soorten Thais eten.

Het is maar een greep uit het repertoire. Doodmoe moet je worden als de wereld steeds zo bij je binnen dringt. Daarom kan Goedemondt intens verlangen naar de bodem van een zwembad. Waar het stil is. Waar geen prikkels zijn en geen geschreeuw. Volgens Goedemondt de enige plek die dan helemaal van hem is, waar hij zijn persoonlijke ruimte kan innemen.

Maar als hij daar dan ligt, komen er weer kleine irritaties, krankzinnige gedachten, rare beelden, vragen…

Wortelballetjes? Waarom?

© Theaterkrant 2014