Warme koperblazers tegen koude kogels

Met ‘Het Bestand’ opent Kommil Foo een wintermaand waarin de historische kerstbestanden aan het IJzerfront zullen worden herdacht. ‘Maar we willen geen geschiedenisles geven.’

Door Peter Vantyghem van De Standaard.

Zo vertelde soldaat Karel Lauwers het in zijn dagboek op 24 december, honderd jaar geleden: ‘Ik was de wacht van elf tot middernacht. Juist om twaalf hoorde ik heel duidelijk, want ik stond 150 meter voor de tranchees, hun een kerstlied zingen en indien ik Duitsch had gekunnen, had ik ze wel kunnen verstaan. Ik bleef nog een tijdje bij de sentinels staan die mij kwamen aflossen, omdat het indrukwekkend was.’

Wat er gebeurde op kerstavond 1914 blijft een van de wonderlijkste gebeurtenissen in de militaire geschiedenis. Britse, Belgische en Franse soldaten die vanuit hun loopgraven liederen zongen, kwamen spontaan naar buiten. Ze wisselden drank, voedsel en verhalen uit met de Duitse vijand. Pas na drie dagen riep de legerleiding op tot discipline, met de doodstraf wegens verraad als dreigement.

Mich Walschaerts, de jongste van twee broers in Kommil Foo, roept het verhaal op in Het Bestand, een twee uur durend programma met liederen en verhalen over de oorlog. ‘Habt du güsting in ein teugsken Gerstennat’, probeert hij even in de rol van een Belgische soldaat Franske Van Deurzen te kruipen. Waarna zijn broer Raf hardop bedenkt dat het na zo’n buitengewone verbroedering toch niet simpel kan geweest zijn om daarna weer te gaan prijsschieten op Duitse helmen.

Groepsfoto
Zo begint de voorstelling: acht mannen in legeruniformen komen op en poseren als voor een groepsfoto. Ze zingen de traditionele melodie van ‘Auld Lang Syne’, hier bekend als ‘Ik zeg u geen vaarwel mijn vriend’: een oproep om oude verhalen en vriendschappen te eren. Dat past goed bij de tijd van het jaar. Buiten is het donker en koud, binnen vieren we elkaar bij het licht.

Maar er klopt iets niet: de tekst is omgezet in een minutenlang herhaalde mantra, ‘We’re here because we’re here’. De boodschap is niet hoopgevend, maar absurd, zoals de oorlog zelf. En toch zit iedereen na enige tijd te lachen. Dat is Kommil Foo ten voeten uit: drama te over, maar er zit ook altijd een vleug humor in. ‘Het vreemde van deze voorstelling’, zegt Mich Walschaerts nadien, ‘is dat er een geheugen in de zaal hangt. Wij doen niet echt iets nieuws, vinden we. We willen ontroeren, wat doen nadenken, mooie dingen brengen. Maar de mensen ervaren de vertoning als anders. We voelen dat de humor bevrijdend werkt. Ze lachen zelfs om de flauwste grappen.’

Ze merken nog verschillen op. Zo krijgt een populair Kommil Foo-verhaal, ‘Aan de andere kant’, minder aandacht, terwijl het instrumentale hoogstandje ‘Grab the deed’, een achtervolgingsmuziekje uit Laurel & Hardy, op het grootste applaus van de avond kan rekenen.

Koperen poëzie
Dat heeft dan weer te maken met de superieure begeleiders. Bart Van Caenegem op piano en Gwen Cresens op bandoneon kunnen de avond alleen al dragen, maar de band telt ook vier topblazers. Song na song is het genieten van uitgebalanceerde, onverwachte, sfeervolle arrangementen. Alleen al om de koperen poëzie van Nico Schepers en Carlo Nardozza (trompet), Carlo Mertens (trombone) en Tobe Wouters (tuba) te horen, is Het Bestand de verplaatsing waard.

Zo bloeien bekende en minder bekende songs open. Een paar daarvan komt uit het repertoire van Kommil Foo zelf, de meeste zijn uitvoeringen (soms vertalingen) van grote voorbeelden. Randy Newmans ‘In Germany before the war’ krijgt een nieuwe tekst, ‘Passendale’, aangemeten. Leonard Cohens ‘The Partisan’ verschijnt in de vertaling van Herman van Veen. En Dylans ‘Masters of war’ wordt natuurlijk in de woorden van Wannes Van de Velde gebracht, met alweer een nieuw arrangement. Mich Walschaerts: ‘Het is bevrijdend om geen tempo te moeten maken en niet catchy te moeten zijn. We hebben fantastische muzikanten, met wie we in volle vertrouwen kunnen werken. Die mensen moet je ruimte geven, waardoor er dus veel jazzy solo’s in de voorstelling zitten.’

Geschiedenis
Raf en Mich Walschaerts willen met Het Bestand geen geschiedenis doceren, zeggen ze. Het is ook geen avond over de kerstbestanden, maar over oorlog die alomtegenwoordig is. Raf Walschaerts’ gedreven rap ‘De Volgende’ is niet het enige, maar wel het meest beklijvende moment waarin hij de waanzin van tirannen, tot wat vandaag gebeurt in naam van de koran, aan de kaak stelt. ‘We voelen ons niet persoonlijk betrokken bij de Eerste Wereldoorlog’, zegt Raf. ‘We zijn ook geen historici, wel theatermakers. Maar die periode is natuurlijk wel heel inspirerend. Al die kleine verhalen, daar kan je zoveel mee doen. Dat is typisch Kommil Foo: we focussen op het kleinmenselijke. Verliefde mensen, een man die zijn been verliest, ... dat werkt voor ons het best.’

www.kommilfoo.be - speellijst

Meer nieuws