Tubantia: 'Meester Anton komt uit Enschede'

'Niks lekkerder dan zo'n lul te spelen'

Meester Anton komt uit Enschede. De acteur die hem speelt, Diederik Ebbinge, gaat deze zomer in Twente schaven aan de teksten voor het nieuwe seizoen van 'De Luizenmoeder'. "Het Twentse komt al op gang."

THEO HAKKERT | Tubantia | 28 april 2018

Hij klapt zijn MacBook dicht. Straks verder. Hoe graag had niet menigeen over zijn schouder meegelezen. Diederik Ebbinge (48) zit namelijk te schrijven aan de teksten voor het tweede seizoen van De Luizenmoeder. De serie is een van de grootste successen in de geschiedenis van de Nederlandse televisie en hij speelt een van de hoofdrollen. Diederik Ebbinge is meester Anton.

Foto Michel Beskers

Waar hij zich nu al op verheugt, hij verkneukelt zich zelfs bij het idee, is de hele zomer aan de teksten te blijven schaven. En dat gaat hij doen in Twente. Hardop dagdromend: "Ik hoop dat ik dan in een Twents boerderijtje zit met mijn gezin en dat de cameraman langskomt om daar lekker te werken."

Zijn vrouw moet deze zomer in de regio zijn. Roosmarijn Luyten speelt de vrouwelijke hoofdrol in Stork!, de theaterproductie die 23 augustus in première gaat. "Dat raakt direct aan mijn verleden. Ik heb maar twee jaar in Enschede gewoond. Maar mijn vader was een echte Tukker. Talloze malen heb ik bij oma en opa gelogeerd. Het is wel een heritage die ik voel. Er zitten zelfs aangetrouwde Storken in mijn familie. Dat zijn allemaal sporen uit het verleden. Roos moet repeteren. We hebben daardoor geen zomervakantie. Dus gaan wij daar ergens zitten. Ik ben al door allerlei mensen gebeld. Het Twentse komt al op gang. Maar als iemand nog een boerderijtje weet, ha ha."

Hoe vaak denk je niet bij bestuurders: hoe ben jij in vredesnaam op die positie beland?

Zegt: "Toen Roos werd aangenomen voor het stuk, dacht ik: wat jammer dat mijn vader er niet meer is. Die had het fantastisch gevonden. Hij had het bij wijze van spreken kunnen schrijven. Ik had een creatieve vader."

Gerenommeerde naam

Ebbinge. Ooit een gerenommeerde naam in de bouwwereld in Oost-Nederland. "Een aantal generaties. Ze hebben veel gebouwd tijdens de wederopbouw en later meegewerkt aan het Diekman stadion. Het bedrijf was van mijn opa die het weer van zijn vader had. Zo ging dat: van vader op zoon. Mijn vader was de oudste. Hij moest bouwkundig ingenieur worden. Hij was nog maar begin 20, toen werd hij al directeur. Dat beviel hem niet. Tot grote schrik van zijn vader, mijn opa, heeft hij het bedrijf verkocht."

Zo kwam Diederik Ebbinge op z'n tweede in 't Gooi terecht, de streek waar zijn moeder vandaan kwam. "Uit Hilversum, een keurige Gooise dame."

In Twente hadden zijn ouders zich danig geroerd in het culturele leven. "Bij een club die Tubantia heette. Gala's in de schouwburg, dat werk. Elite, chique. Ze deden ook toneel en mijn vader schreef dat. Hij was ook zoiets als amateur cabaretier. Je zou denken dat ik het komische van hem heb, maar mijn moeder was oergeestig. Bedekter, maar onderschat haar niet. Cynischer, sarcastischer, vileine opmerkingen gaf ze zo onder de neus weg. Ik denk dat ik de combinatie van die twee heb." En diep van onder zijn wenkbrauwen: "Maar ik heb het wel."

Alleen, het duurde even voordat dit komische talent zich liet zien. "Als puber wilde ik niet erg deugen. Moeizaam. In de zin dat ik het prima naar mijn zin had, maar de scholen niet met mij. Ik heb een paar keer van school moeten wisselen. Uiteindelijk ben ik op mijn 18de gaan werken bij een computercentrum in Almere. Ik was een beetje stuurloos. Toen ik daar nogal somber van werd, heeft mijn toenmalige vriendin geroepen: 'Wat wil jij nou eigenlijk?' Ik heb toen vanuit een diep krochtje in mijn ziel geroepen dat ik wel cabaretier wilde worden. Zij heeft de formulieren voor de kleinkunstacademie in huis gehaald. En dat is toch de strohalm geweest die ik nodig had."

Hij besefte dat hij op de academie hard moest werken. "Ik ben niet zo'n natuurtalent. Ik had drie jaar gewerkt bij dat computercentrum, wat niks voor mij was. Ik wist zo goed wat ik niet wilde dat, toen ik werd aangenomen, mijn drive heel groot was. Dat heeft mij heel erg geholpen. Mislukken was geen mogelijkheid meer. Dat was al gebeurd." Het stagejaar kwam. Zie ze daar zitten, sip kijkend: drie jonge mannen zonder stageplek. Diederik, Rutger en Remco. "Een van ons drieën heeft toen de legendarische woorden gesproken: 'Zullen we anders met elkaar een programmaatje gaan maken?'" Als De Vliegende Panters deden ze mee aan het Amsterdams Kleinkunstfestival. Ze wonnen. "Twee jaar later stonden we uitverkocht in Carré. Een jongensboek was dat. Het kan verkeren."

Hoe succes zich niet voorspellen laat, heeft Diederik Ebbinge dit jaar opnieuw ervaren. Opeens was daar de eclatante kijkcijferhit De Luizenmoeder. De serie tikte op een gegeven moment, inclusief de mensen die later keken, de grens aan van 5 miljoen kijkers. "Deze hype kun je domweg niet voorzien. Dat is het rare, onbenoembare van het vak."

Nog is er niet één allesbepalende factor aan te wijzen voor het succes. "Herkenbaarheid hoor je veel, want iedereen kent de biotoop van de school. Dat wij verder hebben durven gaan qua confronterende humor. Het is de optelsom. Ik wijs er altijd ook graag op dat wij een heerlijk clubje acteurs bij elkaar hebben, dat moet je niet onderschatten. De toon die wij gevonden hebben in de dialogen is ook zeer bepalend."

Zelf speelt hij het hoofd van de school, meester Anton. Hoe dat is? "Heerlijk! Er is niks lekkerder dan zo'n lul te spelen. Dat is natuurlijk het leukste wat er is. Een verschrikkelijke man!" Hij lacht hard.

Is meester Anton gebaseerd op iemand? Voorzichtig: "Het zijn altijd verzamelingen van elementen. Roos en ik gingen voor de kinderen op zoek naar een school in de Watergraafsmeer. Daar hebben we een gesprekje gehad, oei. Het is niet één op één, maar deze directeur was wel de eerste ingeving die ik had bij Anton. Een zeer zelfgenoegzame man. Je vermoedde een ontalent bij hem. Hetzelfde idee dat ik vaak heb bij bestuurders. Hoe vaak denk je niet: hoe ben jij in vredesnaam op die positie beland? Wat kan jij nou eigenlijk helemaal?" Diederik Ebbinge is een bemoeial. Hij zegt het zelf. Heeft allemaal te maken met de periode na De Vliegende Panters. "Ik had een rare ambitie om films te maken, om te regisseren ook. Toen we de serie Daar vliegende panters maakten voor de Vara, vond ik zo'n set een heel prettige omgeving. Tot ergernis van de regisseur, met wie ik nog altijd goed bevriend ben, bemoeide ik me met zaken als waar de camera's moesten staan."

Hij ging zelf films maken. Kort, langer, speelfilm, het geijkte rijtje. "Het is misschien wel het allermooiste wat er bestaat, een film maken. Al is het loodzwaar." Zijn eerste speelfilm, Matterhorn, was naar een eigen script. "Die film is zo in detail van mij. Ik bemoeide me zelfs met de samenstelling van het behang. Ik wilde dat het pluizig was, dat gaf diepte aan de shots. Ik ben dan een totale perfectionist. Tot op de millimeter moet het. Bij Matterhorn voelde ik me totaal in controle. Een machtig gevoel is dat. Machtig mooi, zoals ze in Twente zeggen."

Zijn perfectionisme heeft wel een keerzijde. "Het duurt maar en het duurt maar voordat het ervan komt." En al die dingen tussendoor. "Nu ben ik hier met Luizenmoeder 2 aan het schrijven. Wil ik een film maken, moet ik daar eigenlijk een jaar aan schrijven. Kan ik me niet permitteren, want er moet geld verdiend worden. Ik moet laveren. Dat vind ik wel eens frustrerend."

Het idee is er. Zoals Diederik Ebbinge meer panklare plannen heeft. "Ik heb zo mijn wensen wat ik zou willen in mijn leven. Ik zou heel graag een wekelijks satirisch programma op televisie hebben. Dat is een diepe wens van mij. Ben ik ook al jaren mee bezig. Ik hoop dat ik het nu kan verwezenlijken. En ik wil nog een keer een heel grote musical of muziektheaterproductie maken. Ik heb een afgerond idee daarvoor. Het is de drang een verhaal te willen vertellen. Soms heb je een haakje en gaat je hoofd op hol. Het breidt zich uit en breidt zich uit. Het wordt op een gegeven moment een verhaal waar ik zelf zo van in vervoering raak dat ik denk dat de hele wereld het moet horen."

Onderste uit de kan

Is hij ook zo bemoeizuchtig bij De Luizenmoeder? Grijnzend: "Dat moet je maar eens aan de producent vragen. Die wordt gek van me. Als ik het gevoel krijg dat het goed kan worden, moet het van mij op z'n best. Dan doe ik er alles aan. Dat is de drive. Mensen denken wel eens dat ik op macht uit ben of het mannetje wil zijn. Maar dat is het niet. Het gaat mij om het artistiek hoogst haalbare, het onderste uit de kan." Even is hij stil. Op zachtere toon: "Soms is het moeilijk, soms moet ik me terugtrekken en excuus aanbieden. Een lastige eigenschap, maar ik kan niet anders. Het levert ook wel mooie dingen op uiteindelijk."

Zo meteen klapt Diederik Ebbinge zijn MacBook weer open en schrijft hij verder. Zijn teksten mailt hij naar Ilse Warringa, in de serie is zij Juf Ank. "Vaak werken we ieder apart. De een zet een aflevering op, de ander dendert erover heen. Met Ilse pingpong ik goed. We zijn ook niet beledigd als we elkaars scènes waar je zo blij mee was eruit rammen. Omdat je elkaar vertrouwt. Er is een soort heilig vuur ontstaan tussen ons. Dat is heel bijzonder, dat heb je niet zo vaak. Misschien omdat ze uit Dalfsen komt. Overijssel. Dat moet wel."