Kommil Foo over Schoft

Jan-Jakob Delanoye © Cutting Edge - januari 2016

De voorbije maanden waren het vooral kleinere culturele centra die van Kommil Foo’s jongste geesteskind mochten proeven. Immers geen klankbord zo dankbaar als de mensen in de zaal, hetzelfde publiek waarvoor de voorstelling ‘Schoft’ uiteindelijk gemaakt wordt. Voor de broers Raf en Mich Walschaerts is het organisch laten groeien van hun ideeën een beproefd concept. Nu de première eind februari in zicht komt, trekt het duo cabaretiers momenteel door Nederland, waar hun nieuwste creatie via een laatste serie try-outs helemaal op punt wordt gesteld.

Anders dan in de voorbije producties van het in België en Nederland dikwijls gevierde duo, lijkt de verhalende rode draad plaats te hebben geruimd voor een meer filosofische samenhang. Ook Kommil Foo leeft vandaag de dag in een wereld die geplaagd wordt door fundamentele onrechtvaardigheid, verregaande milieuvervuiling en angstaanjagend terrorisme. ‘Kan er nog gelachen worden?’, zo lijkt het te sluimeren onder het oppervlak van de voorstelling zoals ze er voorlopig uitziet. Het antwoord is: jazeker. Omdat humor een helende en sociale functie heeft. Wie lacht, vergeet verschrikking. Wie lacht en zelfs even meebrult in groep, weet zich verbonden.

Dat we onze schoenen moeten aantrekken en moeten verder doen, klinkt het. En dat we het exemplaar mens niet in de vuilbak moeten gooien, ondanks dat er afgevaardigden van de mensheid zijn die vliegtuigen kapen en in torens vliegen, klinkt het. Een pleidooi om vooral niet op te geven dus, hoewel de teneur bij vlagen ook erg melancholisch wordt. Huilend ter aarde geworpen, huilend ten onder aan kanker: de jongere (en kalere, het mag gezegd) broer Mich illustreert in een korte, aandoenlijke scène dat het leven niets anders is dan een cirkelbeweging, terwijl hij zelf in een cirkel draait. De schoonheid van ‘Schoft’ schuilt in de details, zoveel is duidelijk.

Als vanouds verbindt het duo het hartverwarmende met het triestige. In eenvoudige taal, met wezenlijke onderwerpen op tafel. En met schuivende borden. Omdat er natuurlijk ook een kapittel slapstick moet zijn. Net als liederen, dat spreekt voor zich. Liederen van uitstekende kwaliteit. Ze blijven hangen, ook al kunnen sceptici beweren dat er geen nieuwe ‘Madrid’ in de voorstelling zit. Wat overigens onzinnig is, want de kwaliteit van ‘Schoft’ afwegen tegenover wat Kommil Foo al heeft verwezenlijkt, is overbodig.

Het duo neemt de problemen waar we vandaag mee geconfronteerd worden op in een voorstelling die compenseert voor een maatschappelijke leemte die kunst moet opvullen. Ze roept, zonder sentimenteel, prekerig of arrogant te worden, op tot samenhorigheid en volharding. Mededogen, ondanks het schofterige gehalte van wat zich om ons heen voltrekt. Raf en Mich stoppen het eigenlijk allemaal in het eenvoudige laatste beeld – een exempel van hartroerende tederheid.

Nu de première van ‘Schoft’ in de Arenbergschouwburg er zit aan te komen, is de tijd rijp om Raf aan het woord te laten over zijn relatie met zijn broer, zijn werk en de wereld waarin wij leven. Na al die jaren nog steeds presteren op dit niveau.

Zijn jullie niet bang het ooit te verleren? 
"Bang om het te verleren niet, maar misschien wel telkens bang dat het wonder zich deze keer niet zal voltrekken. Een voorstelling die zichzelf schrijft, een verzameling materiaal dat plots samenhang vertoont: het blijft verbazingwekkend, zelfs voor ons."

Zijn jullie het ermee eens dat ‘Schoft’ op een eerder abstracte manier coherent is, terwijl oudere voorstellingen meer anekdotisch-samenhangend waren opgebouwd?
"Ja, inderdaad. We hadden deze keer niet de neiging om onze eigen autobiografie een hoofdrol te laten spelen. De mens als schoft bleek zo een grote inspiratiebron dat we minder behoefte voelden om een verhaal te construeren. Zoals gezegd, filosofische samenhang dus."

Hoe zouden jullie de titel ‘Schoft’ verklaren ten opzichte van mensen die de voorstelling (nog) niet gezien hebben?
"De titel ‘Schoft’ heeft voor ons meerdere lagen. Ten eerste een eerder zwart mensbeeld dat we allebei aanhangen: de mens is een wolf voor zijn medemens. Maar ook de andere laag, die wolf verdient mededogen en zelfs tedere gevoelens. Dat is het affichebeeld. En ten slotte, de morele plicht je eigen schofterige natuur te overstijgen. Met vallen en opstaan.

Eerlijk: is de wereld naar de kloten?
"Nee, de wereld is niet naar de kloten." Die uitspraak wordt gedaan door de volgevreten Raf, omdat hij gefrustreerd is dat een bedelaar hem een lesje leert. Ironisch op te vatten dus. Maar het zijn wel explosieve en gevaarlijke tijden."

Jullie maken inmiddels ook gebruik van andere muziekfragmenten. Was de keuze voor Charles Mingus toevallig?
"Mingus is fantastisch. Unieke sound en altijd een hoek af. Ideale theatermuziek, vinden wij. Wie jullie bezig ziet op het podium, vermoedt dat jullie elkaars privéleven door en door kennen. Is dat ook zo? We kennen elkaar vanzelfsprekend door en door. Dertig jaar samen schrijven, samen schrappen en duizenden voorstellingen spelen, kun je niet uitwissen. Maar we hebben ook ieder ons eigen privéleven. En daar praten we alleen over als er echt problemen zijn en er geholpen, gesteund of getroost moet worden."

Komt jullie goede verstandhouding door de vele uren gezamenlijke arbeid soms in het gedrang?
"We raken het uiteindelijk altijd eens. Wegens veel respect voor elkaars artistieke visie. Als ik mijn broer echt niet kan overtuigen van een idee, gooi ik het hele idee weg. En andersom hetzelfde. Geen enkel idee is heilig. En maar goed ook."

Zijn de nummers die jullie voor ‘Schoft’ geschreven hebben parallel met de tekst ontstaan?
"Meestal komt de sfeer van de tekst en van de muziek gelijktijdig. De tekstuele uitwerking is dan weer monnikenwerk, en dat gebeurt dus achteraf."

Is ‘Schoft’ als voorstelling gegroeid zoals de meeste van jullie andere creaties?
"Het proces is telkens opnieuw vergelijkbaar, we nemen veel tijd. We schrijven materiaal voor ongeveer vier uur en schrappen daar dan meer dan de helft van. En dan: schaven, schaven en nog eens schaven. En nooit content zijn. En dan plots tot je eigen verbazing moeten toegeven dat je toch tevreden bent. Dan is het af. Meestal na een jaartje werk."

Hoe voelt het om binnenkort de stap te zetten naar grotere podia?
"Een volle zaal is een volle zaal, het maakt eigenlijk niet uit hoe groot ze is. Voor tachtig mensen spelen kan heel intens zijn, voor 1500 evengoed. Wij hebben met andere woorden geen voorkeur."

Zonder te specificeren wat, maar zal er in de maand voorafgaand aan de première nog veel aan de voorstelling veranderen?
"De laatste maand willen we kilometers maken. Veel verandert er niet meer, maar door het spelen snappen we gaandeweg zelf steeds beter waar de knooppunten van de voorstelling liggen. En onbewust spelen we die dan explicieter uit, zodat het geheel duidelijker wordt. En sterker. Of dat hopen we toch." (lacht)