FD: 'De managers van BN'ers vertellen hún verhaal'

Financieele Dagblad | vrijdag 16 december 2016

Een groot talent komt vaak met een gebruiksaanwijzing. Hoe zorg je ervoor dat de creativiteit van de artiest floreert? De managers van fotograaf Erwin Olaf, cabaretier Jochem Myjer en zangeres Anouk vertellen. Over ruimte creëren en soms wat tegengas geven. 


Door Koos de Wilt

'Ik heb bedrijfseconomie gestudeerd en werkte daarna in allerlei managementfuncties bij KLM. Via cabaretier Bert Visscher, die ik kende via een studievriend, leerde ik Jochem kennen tijdens een zeilweekend. Hij had net zijn eerste theatershow gemaakt, ik wist niet wie hij was, maar we reden gezamenlijk naar de haven. Er was meteen een klik. We praten allebei heel veel, waarbij we halverwege een zin woorden inslikken. Toch begrijpen we elkaar prima. We delen ook een bepaald soort humor.’

Wie: Robert-Jan Veen (46)
Is: manager van Jochem Myjer
Hoelang bij elkaar: zeven jaar

‘Na het zeilweekend zagen we elkaar vaker en we zijn zelfs zeven weken lang met z’n tweeën op reis geweest in Australië en Nieuw-Zeeland. In die periode was ik helemaal klaar met mijn werk. De fusie van KLM en Air France speelde, ik had het gevoel dat ik er maar een beetje bij bungelde. Ik woonde in een mooi appartement in Parijs, had leuke collega’s en een goed salaris. Maar het voelde ook als een gouden kooi. Het was genoeg, tijd om te gaan.’

‘Terug in Nederland ben ik een tijdje algemeen directeur geweest bij een papiergroothandel. In die functie moest ik harde reorganisaties doorvoeren. Ik realiseerde me dat het daar niet over moest gaan in mijn leven. De carrière van Jochem nam in die tijd een vlucht. Stukje bij beetje zijn we in een soort trechter geraakt en heb ik hem aangeboden te komen helpen. Hij grinnikte, dacht dat het een geintje was, aangezien ik een serieuze baan had. Toch zijn we uiteindelijk gaan samenwerken.’

Jochem over Robert-Jan
‘Toen wij gingen samenwerken, zei iedereen: ‘Niet doen, geen zakendoen met vrienden!’ We werken nu meer dan zeven jaar samen en gaan elk jaar naar Azië, waar we onze aandeelhoudersvergadering hebben. Maar daar laten we vooral onze vriendschap bloeien. Wij durven alles tegen elkaar te zeggen. Onze samenwerking is een win-winsituatie. Robert-Jan is creatief helemaal niks en ik ben zakelijk helemaal niks. Ik kan geen nee zeggen en kan niet onderhandelen, zijn beste kwaliteit is dat hij voor mij zorgt en dat ik mij alleen maar hoef te richten op mijn creatieve kwaliteiten.‘

‘We doen dingen die complementair zijn, daardoor werkt het. In het geval van het kinderboek De Gorgels regel ik het zakelijke en kijk ik mee of het bij zijn DNA past. Het boek gaat over kleine beestjes, de Gorgels, die kinderen moeten beschermen tegen de griezelige Groenlandse Brutelaars. Deze wezens maken kinderen ziek. Het boek is voortgekomen uit de verhaaltjes die Jochem aan zijn eigen kindertjes vertelde. Dat past helemaal bij waar hij voor staat. Het enige wat ik dan nog doe, is meedenken hoe het schrijfproces in zijn tourneeplanning past. Hij kan niet én een kinderboek schrijven én een theaterprogramma maken. Je kunt creativiteit niet managen, maar ik geef hem zoveel mogelijk het podium door ruimte te creëren in het hoofd en de agenda. Er bestaan veel misverstanden over artiesten. Creativiteit heeft weinig te maken met ’s nachts met een fles wijn iets bij elkaar verzinnen. Het is keihard werken aan een bijzonder talent, dat op een of andere manier uit je komt.’

Met beide benen op de grond
‘Ik spreek Jochem wel zo’n zes keer per dag. Dat begint om halfnegen en eindigt ’s avonds laat in het theater. Het gaat dan vaak over hoe het met hem gaat. Mensen zien dat niet als hij op het podium staat, maar sinds een kwaadaardige tumor in zijn ruggenmerg is verwijderd, heeft hij veel rust nodig om de energie voor die twee uur op het podium te hebben. Ik zorg ervoor dat hij alleen maar bezig hoeft te zijn met wat goed is voor zijn creativiteit.’ ‘Een deel van mijn werk gaat over het feit dat hij bekende Nederlander is. Mensen willen vaak iets van hem. Jochem is een lieve, gulle kerel, maar daar moet hij mee uitkijken, omdat je dan meer belooft dan je kunt waarmaken. Ik let daarop.’

‘Ook wordt hij als BN’er standaard met alle egards behandeld. In hotels krijgt hij vaak een upgrade, hij hoeft soms zijn drankjes niet af te rekenen en er staat altijd een auto voor hem klaar. Dat doet natuurlijk wat met je. Dat ga je ongemerkt normaal vinden. Mijn taak is dan hem een spiegel voor te houden. Want uiteindelijk gaat het erom dat je thuis oké bent, met je partner, je kinderen en een paar vrienden.’ ‘Bij alles eromheen zit veel ruis, dat weten we allebei. Ik help bij het bepalen van wat ruis is en wat niet. Mijn grootste uitdaging is hem als mens te begeleiden, hem met beide benen op de grond te houden. Dat wil hij zelf ook. Het zakelijke doe ik er wel bij, dat is niet zo ingewikkeld met mijn achtergrond.’

 

Klik hier voor het hele artikel.