Debby Petter: Dit is mijn bijdrage aan strijd tegen racisme

De moeder van actrice Debby Petter (58) overleefde als enige van haar Joodse familie de oorlog. Petter maakte een solovoorstelling over haar moeder. Ik ben er nog gaat deze maand in reprise. ‘Het is een verhaal dat ik steeds weer wil vertellen. Juist nu.’

Door Renate van der Zee voor Magazine Opzij.

Zo’n twintig jaar geleden kreeg ik een kistje in handen waarin een brief en een paar briefkaarten zaten die mijn grootvader en mijn ooms hadden geschreven vanuit de Hollandse Schouwburg en Westerbork, vlak voordat ze naar Auschwitz werden gedeporteerd. Met een loep heb ik die brief en briefkaarten onder een lamp zitten ontcijferen. De lettertjes waren heel klein, om zoveel mogelijk te kunnen schrijven. Er stonden liefdevolle, geruststellende dingen in als “Maak je maar niet ongerust” en “We komen snel weer terug”. Ik keek naar de handschriften van mijn ooms en dacht: dat zijn vast heel leuke jongens geweest. Ik miste ze met terugwerkende kracht. Vervolgens dacht ik erover om het verhaal van mijn moeder op te schrijven, die als enige van het gezin de oorlog overleefde.

Ik had al eerder met dat idee gespeeld. Dat was toen mijn kinderen op een dag thuis kwamen uit school met een boekje over kinderen in oorlogssituaties. Daar stond ook een verhaal in over een Joods meisje dat moest onderduiken. Wat zou het mooi zijn, dacht ik toen, als ik van het verhaal van mijn moeder een boekje kon maken voor kinderen. Het levensverhaal van mijn moeder is aangrijpend. Aan het begin van de oorlog overleed haar moeder aan een hersentumor. Haar vader en broers werden vergast. Ze was nog heel jong toen ze alleen overbleef. Ze was een stoer kind, ze heeft zich er doorheen geslagen. Maar ze had altijd heimwee. Als kind wist ik niets van die geschiedenis. Mijn moeder heeft vijftig jaar lang over de oorlog gezwegen. Ze sprak er zelfs niet met goede vrienden over. Zij vroegen er ook niet naar, wat ik heel vreemd vind.

In 1997 werkte mijn moeder mee aan een video­interview voor de Shoah Foundation van Steven Spielberg, een groot project om zoveel mogelijk overlevenden van de Holocaust te interviewen. Dat gesprek was een te grote confrontatie. Daarna ging het helemaal niet goed met haar, ze werd depressief. Ze is in therapie gegaan, dat heeft haar erg geholpen. Dankzij de therapie heeft ze leren praten over de oorlog en uiteindelijk is ze haar verhaal op scholen gaan vertellen. Nu, op 85­jarige leeftijd, doet ze dat nog steeds. Het idee om een boekje over haar oorlogservaringen te maken, is lang blijven liggen, voornamelijk omdat ik mezelf geen schrijver vond. En ook omdat mijn moeder zei: “Zou je dat wel doen, er zijn zoveel mensen die het veel erger hebben gehad dan ik.” Toen mijn moeder eenmaal over de oorlog begon te praten, wilde ik het toch proberen. Dat vond ze goed. Er waren veel vragen die mijn moeder niet kon beantwoorden. Vooral als ik haar naar emoties vroeg. Als ik bijvoorbeeld wilde weten hoe het voor haar was om alleen achter te blijven of om telkens naar een ander adres te moeten, zei ze dat ze dat niet meer wist. Wat ze bij al die verhuizingen voelde, heb ik zelf bedacht en dat heb ik opgeschreven. Toen ik haar het manuscript liet lezen, was dat spannend voor mij. Had ik haar verhaal goed weergegeven? Het was heftig voor haar om het te lezen, maar toen ze het uit had, zei ze: “Zo was het.” Het boekje kreeg de titel Ik ben er nog. Naar wat een buurvrouw na de oorlog tegen mijn moeder zei: ‘God kind, ben je er nog?’

Hoe ben je op het idee gekomen er een theatervoorstelling van te maken?
‘Dat idee kwam van de schrijver Thomas Verbogt. Hij had mij met Wivineke van Groningen gezien in de voorstelling Mijn man, die geschreven was door Youp (van ‘t Hek, haar man, red.). Na afloop zei hij: “Ik vind dat je zo lekker rafelig speelt, ik wil graag iets voor je schrijven.” Wat hij precies bedoelde met lekker rafelig spelen, ik had geen idee. Misschien was het gewoon niet zo goed wat ik deed. Thomas kwam met het idee om een solovoorstelling van Ik ben er nog te maken. Eerst wilde ik dat niet. Het boekje had al vrij veel aandacht gehad, moest er nou ook nog een theaterstuk komen? Het is bovendien zo’n kwetsbaar verhaal. Een slechte ontvangst zou ik zo erg vinden, ook voor mijn moeder. Maar Thomas kwam er steeds op terug. Ik zag een prachtig stuk van hem over Etty Hillesum. Langzamerhand ging ik er in geloven. Hij maakte een beeldschone bewerking van mijn boek, zodat ik dacht: het moet heel raar lopen, wil ik dit nog verknallen.’

Wat vond je moeder van het stuk?
‘Ik heb het in onze repetitieruimte speciaal voor haar gespeeld en dat was erg emotioneel. Het stuk kwam heel erg bij haar binnen. Ze vond het mooi en zei tegen me: “Goed dat je dit doet.” Ze is meerdere keren naar de voorstelling gekomen. Ze was er blij mee.’

Hoe is het om deze voorstelling nu weer te spelen?
‘Ik heb het stuk ongeveer honderd keer gespeeld en daarna wilde ik liever iets lichters doen, even geen oorlog meer. Uiteindelijk ben ik toch weer een zwaar stuk gaan spelen, Gaandeweg, over afscheid nemen. Na een tijdje afstand vind ik het weer fijn om deze solo te doen. Het is een verhaal dat ik steeds weer wil vertellen. Zeker in deze tijd, waarin er weer zoveel racistisch geweld is. Toen mijn moeder hoorde dat ik een reprise van dit stuk wilde doen, vroeg ze bezorgd: “Zou je dat nu wel doen?” Ik vind dat ik het juist moet doen. Je moet niet bang zijn. Dit stuk is mijn bijdrage aan de strijd tegen racisme. Ik heb echt het gevoel dat het zinvol is.”

Debby Petter is met de voorstelling 'Ik ben er nog' op tournee vanaf 8 april.