Casper Faassen in Residence Magazine

Verstilde schoonheid

Landschappen, naakten, bloemstukken, stadsgezichten. Casper Faassen vist zijn onderwerpen uit de vijver van de Gouden Eeuw. En geeft die een eigen draai. Nostalgie zonder dat het nostalgisch wordt.

Door Ellen Leijser voor Residence Magazine

Van een mooi wolkendek wordt Casper Faassen onrustig. Hij krijgt er zelfs hartkloppingen van. Faassen zegt het lachend, maar hij is bloedserieus. Toen hij met zijn stadsgezichten bezig was, had hij heftige Nederlandse wolkenluchten nodig. Hij kijkt uit het raam van zijn atelier. De lucht boven Leiden is vandaag blauw, bijna wolkenloos. ‘Elke keer als ik wolken zag, kreeg ik een extreem opgejaagd gevoel. Ik moest die wolken vastleggen. Ik moet geraakt worden door de omgeving. Dat is een inspiratiebron.’ Hij wijst naar een onaf kunstwerk - een liggende foto van een berglandschap met dreigende luchten en mysterieuze witte flarden - en zegt dat hij momenteel ‘heel erg bezig’ is met mist. ‘Als het mistig is, móet ik eropuit. Ik sta te popelen om naar IJsland te gaan, of naar Schotland. Ik wil ter plekke werk maken. Als ik me aan het reizen zou overgeven, zou het einde zoek zijn, vrees ik.’ Met een zucht: ‘Maar ik zou zó graag een weekje in de mist zitten.’

Stilte
Zijn fascinatie voor nevel is ontstaan tijdens het snowboarden. ‘Ik zat in mijn eentje in de stoeltjeslift en het mistte. Terwijl ik naar boven ging, was zicht het eerste dat wegviel, het tweede was geluid. Ik vond het een heerlijk gevoel toen die twee weg waren. Dat gevoel wilde ik vasthouden, dat wilde ik in mijn werk vangen. Dan moet je nadenken hoe je die stilte in een schilderij of foto kunt creëren.’ Stilte is belangrijk voor hem, zegt hij. Op de vraag waarom, valt hij stil. Denkt even na, dan: ‘Ik houd van kunst die helemaal ‘uitgepuurd’ is. Waarbij het echt gaat om de lijn, om dat ene beeld. Dat vind ik zelf ook altijd het mooist om naar te kijken. Maar mooi alleen is niet genoeg, is zelfs irritant. Het gaat ook om het verhaal.’ Zijn eigen verhaal begint in Leiden, de stad waar de wieg van zijn grote held Rembrandt stond. ‘Mijn ouders namen mij toen ik een jaar of zeven was mee naar het Rijksmuseum. Ik vond de Nachtwacht ontzettend imposant. Het is niet alleen een groot, realistisch schilderij, dus als kind beter te begrijpen, maar het is ook een schuttersstuk, met stoere, heldhaftige mannen. Dat sprak enorm tot de verbeelding. Ik raakte in de ban van Rembrandt. En dan vooral om de heroïek, de verhalen eromheen.’ Niet veel later tekende de jonge Casper de Nachtwacht na op de muur van zijn slaapkamer. ‘Helaas zijn daar geen foto’s van. Het was heel kleurrijk en heel anders dan de Nachtwacht. Natuurlijk kon je daar niet van af zien dat ik kunstenaar zou worden. Ik weet ook niet of je het talent zou noemen, maar het maakte wel een bepaalde drive zichtbaar. Mijn ouders komen allebei uit het onderwijs en zij vinden het leuk als ze enthousiasme, of een vonkje, zien. Mijn vader bouwde voor mij een tekentafel op zolder.’ Lachend: ‘Als het regende in de herfstvakantie, hoefde ik niet naar buiten. Dat was het mooiste dat er was! Kon ik lekker de hele dag op zolder tekenen.’

Eigen stijl
Het kwam niet in hem op om naar de kunstacademie te gaan. ‘Het vak van kunstenaar was voor mij niet evident. Ik tekende en schilderde gewoon omdat ik dat leuk vond.’ Omdat hij goed kon honkballen, ging hij eerst een jaartje naar Amerika. ‘Maar daar was ik niet getalenteerd genoeg voor.’ Terug in Nederland, hij ging Communicatie studeren, huurde hij een atelier waar hij de rust vond om zijn eigen stijl te ontwikkelen. ‘En toen ging het rap, zelfs mijn schetsen werden verkocht.’ Zijn meest recente werk zijn foto’s, van landschappen, naakten of bloemen, die hij bewerkt met schilderkunstige technieken. Maar hij begon met het schilderen van vrouwen, zowel portretten als naakten. ‘Daar maakte ik, als schets, foto’s voor. Op een bepaald moment zag ik dat de foto’s een kwaliteit van zichzelf kregen. Het werd niet per se beter als ik er een schilderij van ging maken. Ik ben de foto’s in eerste instantie gaan printen, maar dat was te direct voor mij. Ik zocht juist die abstractie die je ook kunt hebben als je naar een schilderij kijkt. Fotografie is vaak heel direct. Het is naakt, vaak gaat het over verleiding. Dat spreekt mij minder aan. Ik wil verstilling, afstand. Toen ben ik de foto’s gaan drukken op transparante media zodat de achtergrond gaat meespelen. Ik kan op het glas of het perspex schilderen, transparante lagen toevoegen om delen te accentueren of juist te vervagen. Daar ben ik nu mee aan het experimenteren. Als ik bijvoorbeeld bladgoud in de achtergrond aanbreng, bepaalt het omgevingslicht wat voor sfeer het werk uitstraalt. Dat vind ik interessant.’ Faassen heeft een ambivalente houding ten opzichte van het populariseren van kunst. Hij wil graag de hele wereld zijn kunst laten zien, maar hij vindt ook dat het om oprechte waardering moet gaan. Hij legt uit. ‘De Nachtwacht, die is gewoon van mij! Het is het fundament onder alles wat ik doe. Elke keer als ik er sta, moet ik huilen. Maar al die drommen mensen…. Het is heel knap en goed dat de directeur miljoenen bezoekers naar zijn museum weet te trekken, maar ineens is het Rijksmuseum van de hele wereld en soms irriteert me dat.’ Met een schuine blik: ‘Zo krijg ik die Nachtwacht nooit voor mij alleen!’

Het interview met Casper Faassen is te lezen in de februari uitgave van Residence Magazine.

Meer nieuws