Big Black Book spreekt Henry van Loon

'Mensen zijn vaak een beetje bang voor mij'

Henry van Loon (35) is stand-up comedian, acteur en cabaretier. Hij leerde het vak bij Comedytrain, speelde in diverse kinderfilms maar ook in New Kids Turbo en New Kids Nitro, en zijn laatste show, Sleutelmoment, werd lovend ontvangen. Een openhartig interview met een af en toe ongrijpbaar mens. “Maar ik ben geen debiel die wars is van omgangsvormen.”

Tekst Marcel Langedijk Beeld Jesaja Hizkia

OIRSCHOT “Daar kom ik oorspronkelijk vandaan. Er is niet heel veel gaande. We hebben de kazerne en de grote kerk, dat is het wel. Dat je bij mij geen zachte G hoort, is enigszins bewust. Op de toneelschool kreeg ik stemles en ik vind het fijn om op het podium niet meteen als ‘die Brabander’ te worden weggezet. Ik wil dat kunnen inzetten wanneer ik dat wil. Het is wel frappant dat er zoveel Brabantse komieken zijn, ja. Daar zijn vast boeken over geschreven, maar ik heb ze niet gelezen.”

RECENSIES “Ik heb ermee moeten leren omgaan, recensies. In het begin lag ik voor de kiosk om te kijken wat er geschreven was. Als je een slechte recensie krijgt, ben je het daar natuurlijk niet mee eens. Ze hebben het bij het verkeerde eind. Ik kan wel zeggen dat het me niks doet, maar het doet me natuurlijk wel wat. Je wordt er wel hard van, je wuift het weg om jezelf te beschermen. Ik juich dus ook niet bij een heel goede recensie, dat zou hypocriet zijn. Ik kies ervoor om er niet te veel waarde aan te hechten.”

VAN JONGS AF AAN “Het ging niet zonder slag of stoot, maar het was wel altijd mijn plan: komiek worden. Ik was een jaar of vier, vijf, denk ik, toen ik dat wist. De jon- gens in de klas wilden toen nog brandweerman of politieagent worden. Of boer. Ik niet. Dat vonden ze niet raar, ik werd niet gepest, maar het was wel apart. Het was gewoon duidelijk dat ik dit moest gaan doen. Ik was iedereen op school altijd aan het vermaken, van de les af aan het houden, piemels tekenen terwijl iedereen aan het rekenen was. Ook later, met uitgaan, zette ik mensen voor lul, deed imitaties, viel op, danste gek. Altijd. Nu ik dat op het podium kan doen, nu dat mijn uitlaatklep is, kan ik voor de rest gewoon chillen, relaxed op de bank zitten. Als ik dit werk niet had gedaan, was ik waarschijnlijk een pias geworden. Op het irritante af. Het is beter voor de wereld dat ik dit werk ben gaan doen.”

VOORBEELDEN “Jerry Lewis,Tommy Cooper, de Marx Brothers, Laurel & Hardy, Tom & Jerry. Een klassieke basis. Daar keek mijn vader altijd naar en dus zette ik dat ook op. Dat wilde ik ook, dat werk doen. Ik was op school de jongste deelnemer aan de playbackshow ooit. Ik was klein, ik kon vrij weinig en het was ook niet goed, maar ik wilde daar wel staan. Ja, daar zijn beelden van, maar die zijn op geen enkele wijze beschikbaar voor publiek.”

STEUN “Mijn ouders hebben me altijd gesteund. Gelukkig, want je hoort ook wel eens mensen die het talent van hun eigen kind niet willen laten ontplooien. Maar ze hebben me wel op het hart gedrukt hoe moeilijk dit vak is, hoe moeilijk het is om je brood te verdienen.Wat ook echt zo is. Dat hebben mijn ouders goed gezien, maar ze hebben het evenzogoed nooit afgeraden. Heel knap van ze, heel ruimdenkend, dat je je kind los kunt laten.”

TWIJFEL “Natuurlijk heb ik getwijfeld. Talloze keren, vooral in het begin. Ik kan nog weleens een minder goed optreden doen, maar dat is niet erg. Dat kan gebeuren. Voorheen was ik daar een week kapot van. Kut, shit, what the fuck, waarom ging het nou fout... Nu ben ik door de wol geverfd. Die twijfel hoort bij het artiestenvak. Maar ik ben altijd rücksichtslos doorgegaan, omdat ik dit nu eenmaal wilde. Ik heb wel heel veel baan- tjes gehad voor ik ervan kon rondkomen. Wormenraper, productiemedewerker, orderpikker, landmeter, aardbeienplukker, horecabaantjes, bier rondbrengen, van alles.’

COMEDYTRAIN “Het is geen sekte, maar het is moeilijk om erbij te komen. Je moet eigenwijs zijn, weten wat je wilt.Want er zijn al zoveel ego’s, daar.Tegelijkertijd is er veel wederzijds respect. Het vak is al moeilijk genoeg, namelijk. En het is helemaal niet erg als je een keer in de fout gaat. Liever dat je een keer op je bek gaat dan dat je niets nieuws probeert. Het was pittig af en toe, zeker bij de evaluatie. Het is even slikken als mensen losgaan op je act. Daar moet je tegen kunnen. En je moet het treffen met de mensen om je heen. Dat waren onder anderen Daniël Arends, Emilio Guzman en Stefan Pop, een goed groepje. Dat waren vrienden. Behalve Daniël dan. Dat is echt een waardeloze debiel. Hij deugt niet, het is een poseur. Als mens, bedoel ik dan, als artiest is hij grenzeloos getalenteerd.”

BANG “Mensen zijn vaak een beetje bang voor ons, voor jongens als Daniël, Theo Maassen en ik. Gek is dat. Het is niet iets wat we aanzetten, ofzo. Wel lekker rustig, want we worden niet snel lastig gevallen. Ik heb blijkbaar een soort aura om me heen, waardoor mensen denken: laat ik die man maar met rust laten, want dat is niet zo’n makkelijk figuur. Die illusie houd ik graag in stand. Toch is het ook weleens lastig. Ik hoor al mijn hele leven lang dat mensen geen hoogte van me kunnen krijgen. Dat heeft me weleens verdrietig gemaakt. Ik weet namelijk niet wat ik moet doen om mensen me wel te laten begrijpen.We zijn vaak alleen op pad, misschien is dat het.We hebben allemaal wel een muurtje om ons heen gebouwd, om eens een verschrikkelijk cliché te gebruiken. We zijn gemankeerd, dat ook, hebben allemaal wel iets meegemaakt waardoor we anders zijn geworden. Theo Maassen heeft zijn broer verloren, Daniël Arends was de enige donkere jongen in het hele Gooi en Emilio en Javier Guzman hadden een vader die niet deugde. Bij mij is er ook wel iets gebeurd, op jonge leeftijd, maar ik dat heb tot nog toe altijd voor mezelf gehouden. Dat houd ik zo. Ook omdat er zoveel mensen zijn die shit hebben meegemaakt.”

NACHTMERRIE “Het gebeurt steeds minder vaak dat je door het ijs zakt. En als het gebeurt, hebben mensen het niet echt door. Dat zal te maken hebben met mijn houding ofzo. Ik speelde ooit in theater Bellevue. Ik had veel grappen gemaakt en begon vervolgens met een wat rustiger verhaal. Een verhaal dat ik goed wilde overbrengen, mooi wilde vertellen. Ik was daarmee bezig toen een vrouw door het middenpad heel langzaam naar het podium kwam gelopen. Ze kwam ook echt het podium op, dat is in Bellevue heel laag. Ik zat op een stoel, dat verhaal te vertellen, en keek recht in zo’n spotlight, dus ik zag haar niet goed tot ze recht voor me stond. Ze zei: ‘Jezus, wat ben jij kut zeg. Ik zit al anderhalf uur te wachten tot ik weg kan.’ Dat was een nachtmerrie, voelde als een aanranding. Collega’s aan wie ik het daarna vertelde, schrokken er ook echt van. Dit gebeurt nooit, het podium is heilig. Ik zei iets van: ‘Nou, dan ga je toch weg.’ Ik was totaal van de wereld. Toen ze wegliep, zei ze ook nog iets als ‘kanker-Brabo’. En dat ik moest oprotten. Ze was helemaal aan de coke, volkomen doorgesnoven. Ze was niet wijs, dus, maar toch. Ik kreeg er uiteindelijk nog uit dat ik maar hoopte dat ze geen recensente was. Daar lachten mensen wel om, maar ik was zelf volslagen in paniek. Ik heb die show uiteindelijk zo goed en zo kwaad als het ging afgemaakt. Daarna vroegeen regisseur die ik goed ken, die ik hoog heb zitten, of het er nou bij hoorde. Hij vond het een Andy Kauffman-achtige actie. Hij had het niet gezien, terwijl ik voor mijn gevoel lijkbleek werd. Ik heb dus blijkbaar iets over me dat zoiets erbij kan horen, dat je het niet aan me merkt. Ik heb zelf echt niet het idee dat dat zo is, dat ik zo onberekenbaar over kan komen. Alleen m’n vriendin kwam naar me toe en vroeg of het wel ging.Verder snapt niemand me, blijkbaar.”

VRESELIJK “Ik snap dat het eng lijkt om op een podium te gaan staan, maar ik heb bij een bouwbedrijf op kantoor gezeten en dat was voor mij echt het allerergste.Achter een computer zitten en je werk doen was oké, maar wie er wanneer koffie moest halen... En dan die small talk, over niks praten, dat is vreselijk. Er zaten ook zoveel mensen die zich de hele dag ergerden, maar daar niks aan deden. Die onvrede... Ik ben zelf ook niet zo’n positieve gast, maar ik wilde in ieder ge- val cabaretier worden. Ik was daar tijdelijk, ik zou daar weggaan. Zij bleven doen waar ze een hekel aan hadden. Omgaan met mensen is sowieso een rode draad in mijn laatste show. Conformeren, hoe gedraag ik me in een winkel, bij een bank of in een keuken- zaak.Wat zijn de regels? Kan iemand me dat vertellen?’

JENNIFER HOFFMAN “Met Jennifer heb ik heel erg een yin-en-yanggevoel. We vullen elkaar aan. Zij wil mijn talent ontplooien en ik dat van haar. Dit klinkt best heel goor, eigenlijk, als je het zo zegt. In een eerder interview zei ik dat ik best een zonderling had kunnen worden, maar stiekem wil ik toch graag meedoen. Jennifer helpt daarbij. Ik wil dat zij het zegt als ik iets raars doe, als ik iets doe wat niet kan. Niet dat ik een totale autist ben die zich aan geen enkele regel houdt, ik ben geen debiel die wars is van omgangsvormen, maar ik heb het wel moeten leren.”

ROEM “Die is geleidelijk gekomen. Dat scheelt. En ik heb tips gekregen van Jennifer, bij wie het juist wel snel is gegaan. Ze was ook nog heel jong. Een keer in het halfjaar vraagt iemand of ik ‘die comedian’ ben. En dan zeg ik een zin als: ‘Had je m’n show gezien?’ En dan zegt-ie ja en dan zeg ik ‘te gek’. Zoiets. Dat heb ik dan ingestudeerd. Het meest kloterige is als ze zeggen:‘Ik ken je ergens van, maar ik weet niet waarvan.’ Dan moet je heel snel dingen gaan inschatten, als een soort Sherlock: heeft-ie kinderen, kent-ie me van kinderfilms, gaat hij naar Toomler, zag hij de show op tv. Dat lukt niet, want ik ben geen Sherlock, waardoor je dan heel arrogant alle dingen gaat opnoemen waar je aan gewerkt hebt. En dan kennen ze je uiteindelijk toch niet. Ga dan weg, joh. Stop daarmee, mensen, het is totaal idioot.”

VRIENDEN “Ik heb weinig vrienden en geen uitgebreid sociaal leven. Ik zie mijn vrienden ook te weinig. Ze hebben kinderen, dan gaat dat zo. Maar ik zou elke dag een beroep op ze kunnen doen en dat is volgens mij belangrijk. Ik moet ze maar weer eens bellen. Behalve Daniël Arends dan, want die deugt dus niet.” 

DE BESTE “Ik zal nooit zeggen: ik ben de beste. Maar dat wil ik wel zijn. Als ik de grappen van een jaar geleden lees, dan denk ik: jezus, dat kan beter. Ik blijf mezelf pushen, wil elke keer wat nieuws doen. Maar ik ben wel rustiger geworden; ik let niet meer zo op de meningen van anderen, ik heb meer voor mezelf gekozen. Ik zit ook echt in een flow nu. Ik kan dingen beter naast me neer leggen en durf nu van mezelf te zeggen dat ik best wel goed ben. Dat ik talent heb en best heel veel kan – zonder arrogant te worden, trouwens, dat zit niet in mij. Al met al kom ik behoorlijk in de buurt van waar ik wil zijn.” <